Het doel van PVF – Persoonsvolgende financiering – is nobel: de cliënt krijgt inspraak in zijn of haar zorgdossier en het recht om de zorgaanrekening goed te keuren. Dit moet leiden tot een verhoogd respect voor de positie van de cliënt.

De ingevoerde methode om dit te bereiken, lijkt in theorie goed uitgedokterd. De praktijk is anders. Heeft men hier toch niet iets hals over kop gelanceerd, waar men beter langer over had nagedacht? Of creëert de lancering de kans om de theorie aan de praktijk te toetsen zodat de methode verder geoptimaliseerd kan worden. We gaan liefst van de laatste stelling uit.

Als ik bij voorzieningen langs ga, kom ik vaak bij de kleinere organisaties verwarde, licht panikerende mensen tegen. Zij moeten aan hun cliënten en mantelzorgers uitleggen hoe PVF werkt en wat dat zal betekenen voor de voorziening en de cliënt. Ze worden geconfronteerd met een kleiner budget voor dezelfde zorg en de juiste regelgeving staat ook nog niet op punt. Met als gevolg: deadlines worden telkens opgeschoven.

Om heel het PVF gebeuren in de praktijk werkbaar te maken, kiezen ze vaak voor de eenvoudigste vorm. Namelijk wat er was gewoon doortrekken in het huidige systeem: “Geef al je punten aan ons en wij zorgen dat er eigenlijk niets verandert”. Alle begrip voor deze noodoplossing, maar dat was niet de bedoeling. De cliënten die mondig genoeg zijn en niet akkoord gaan, worden dan al vlug bestempeld als “lastig en tegendraads”. Dit terwijl deze mensen gewoon proberen te krijgen wat er door de wetgever voor hen beschikbaar is gesteld.

Anderzijds worden de cliënten in een voorziening, waar PVF wel systematisch ingevoerd werd, met gedetailleerde aanrekeningen van zorg-, woon- en leefkosten geconfronteerd. Dit aangevuld met moeilijke facturen die elke maand een aanzienlijk studie van de details van de factuur vereist. Zal dit niet verzanden in een voortdurende strijd tussen de cliënt en de voorziening? Gaan cliënten vragen durven stellen? Ook dit moet nog vorm en duidelijkheid krijgen.

Het lijkt me dringend tijd voor duidelijke informatie voor voorzieningen én cliënten. Alleen dan zal er terug rust en zekerheid voor beiden zijn. Daar hebben beide meer dan ooit behoefte aan. Dit is niet de taak van derden. Hoe goed die ook op de hoogte zijn. Het is aan de wetgever om hier in te voorzien. Warme zorg in een voorziening waar cliënten zich veilig thuis kunnen voelen. Een gevoel van samen voor elkaar: cliënten, voorzieningen én wetgever.