Onlangs zat ik in een voorziening te wachten op een afspraak om mezelf voor te stellen en ik hoorde iemand zeggen: ”Is die moeder daar nu nog niet over? Die blijft maar klagen over haar gehandicapte dochter. Wanneer gaat ze dat nu toch eens aanvaarden?” Even was ik de kluts kwijt. Denken we zo over ouders van kinderen met een beperking? Kunnen wij ons echt inleven in de ervaring van die moeder of vader?

Toen ik klein was woonde er naast ons een man en een vrouw. Zij waren wat ouder dan mijn ouders en kregen een zoontje. Dat zoontje is nu een volwassen man van mijn leeftijd. Ik noem hem voor het gemak Bert. Van heel jonge leeftijd speelden Bert en ik vaak samen en deden tal van leuke dingen. Maar tegen de tijd dat we naar het eerste leerjaar gingen, bleek dat Bert wat minder goed mee kon. Hij bleef achter terwijl ik verder groeide. Bert werd dan de beste maatjes met mijn 4 jaar jongere zus. Ook zij speelden leuk samen. Tot ook zij Bert ontgroeide.

De ouders van Bert zagen dat en het duurde tot Bert 10 jaar was, dat ze voor zichzelf wilden toegeven dat Bert speciale aandacht nodig had. Dat Bert nooit een gezin zou kunnen stichten. Dat Bert hen altijd zou blijven nodig hebben. Dag na dag werden zij met Bert geconfronteerd. Zij zagen hem doodgraag en hij zag hen doodgraag. Zij hebben Bert altijd volledig in hun hart gesloten. Maar zij hebben ook een leven lang de beperking van Bert gezien. Zij zagen mijn zussen en ikzelf opgroeien tot zelfstandige mensen. Bert bleef geestelijk een kind. Dag na dag, levenslang worden zij geconfronteerd met de beperking van Bert.

Zij hebben Bert volledig aanvaard. Maar ze kunnen de beperking van Bert niet omarmen. Het is een ondenkbaar hard proces van confrontatie met alles en iedereen, in de verschillen die je moet vaststellen tussen de mogelijkheden van anderen en die van jouw kind. Levenslang dragen zij de pijn van de onmacht om hun zoon de toekomst te geven waarvan ze gedroomd hadden. Levenslang dragen ze een schuldgevoel van “had ik maar meer gerust tijdens de zwangerschap, had ik maar vroeger begonnen aan kinderen kopen, had ik maar …”. Schuldgevoel omdat je jouw kind zo graag ziet en zo onmachtig bent.

Onze buren van toen waren erg zachte en lieve mensen. Dat maakte ook dat ze de kracht hadden om er te blijven voor gaan. Toch zie je ook bij hen dat het niet vanzelfsprekend is. Dat het een levenslange taak is om hiermee om te gaan. Vele mensen leven met deze pijn om hun kind. Misschien is het tijd om er meer te zijn voor deze mensen. Een luisterend oor te zijn waar ze met hun pijnlijk verhaal terecht kunnen. Zonder goede raad. Maar met geduld en veel liefde. Met bewondering voor hun groot hart, waardoor ze het kunnen blijven opbrengen om er levenslang op extreme wijze voor hun kind te zijn. Misschien is het tijd om ons oor te delen in plaats van te vlug te oordelen.